Een zomeravond op het strand aan de Ierse kust. De laatste zonnestralen strijken over de dingen en de mensen en geven ze zachtere contouren. Je bent erg jong nog en in de liefde onervaren. Een steelse kus onder de linde bij de kerk, amper een week geleden, die je nog niet aan mijnheer pastoor hebt opgebiecht; tot daar je enige ervaring met wat een man van jou verlangt.

Leunend tegen een rotsblok dwalen je ogen over de rotskust. De kinderen zijn naar huis en zelfs de dijk ligt er haast verlaten bij. Je oog valt op een man in donker pak een twintigtal meter verderop. Even doelloos als jij leunt hij ook tegen een rots. Iets te deftig gekleed voor een strandwandeling. Hij draagt een zwarte das. Pas weduwnaar misschien? Je schrikt als je merkt dat hij je aankijkt, meer nog, dat hij zijn ogen over je lijf laat dwalen op een manier die je nooit eerder hebt ervaren. Je vindt het griezelig en spannend tegelijk. Je hart slaat luider en je polsen tintelen. Zo voelt het dus om door een man met de ogen uitgekleed te worden!

Je borsten zijn nog niet erg groot, maar tekenen zich al duidelijk af in je witte bloes. Je lange haren, die er deels over hangen, zwaai je naar achteren en je steekt je boezem wat vooruit. Om er fier mee uit te pakken voor hem, een wildvreemde man! Je rok, die normaal tot aan je enkels reikt, heb je tot boven de knieën opgetrokken om je benen de laatste zonnestralen te gunnen. Je hart klopt nu in je keel en je begint te blozen. Je slaat de ogen neer terwijl je hele lijf tintelt onder de brandende blikken van die donkere man.

Een kilometer naar het westen verschijnt een rode lichtflits aan de hemel; het vuurwerk is begonnen! Wie nog op de dijk is rent er naartoe, maar jij en de man blijven bij de rotsen staan. Een tweede vuurpijl! Je leunt zover mogelijk achterover om de fonkelende straal zo ver mogelijk te volgen. Oh! Oh! Oh! Wat gaat die hoog! Terwijl je steeds verder achterover leunt, kruipt de zoom van je rok mee omhoog. Hij zal nu vast je halfopen dijen zien, misschien zelfs een stuk van je slipje! Met trillende knieën blijf je zo een ogenblik staan; een willige prooi voor zijn gretige blikken. Als je weer recht komt, durf je hem niet rechtstreeks aan te kijken. Tussen je halfgesloten wimpers door zie je wel dat je zijn volle aandacht krijgt. Eén hand heeft hij op zijn kruis gelegd, de andere is discreet in zijn broek verdwenen. Dat komt door jou! Dat doet hij voor jou!

Je schort je rok zo hoog op als je durft, bijna tot halfweg je dijen, en zet je benen nog wat meer uiteen. Daar komt de volgende vuurpijl! Hoog klimt die, nog hoger dan de eerste, en je moet tot het uiterste achterover leunen om hem met je ogen te kunnen volgen. Hij zal nu vast heel duidelijk je wit slipje zien oplichten in de naderende duisternis. Hij staat dicht genoeg; misschien ziet hij zelfs hoe je lipjes zich aftekenen in het katoen dat strak om je billen spant. Je blijft zo lang mogelijk achterover leunen, tot het verlangen om te zien welk effect dat op hem heeft het wint op het verlangen om je aan hem bloot te geven. Hij is rood aangelopen en zijn hand gaat heftig op en neer in zijn broek.

Zijn broek valt op zijn voeten. Door de invallende duisternis kan je het niet goed zien, maar blijkbaar schildert hij in bed met een groot en dik penseel. Zijn gebrek aan gêne heeft ook op jouw effect. Je kijkt vlug om je heen. Echt niemand meer op de dijk behalve jij en hem. Met één gebaar trek je je slipje tot over je knieën, laat het op je voeten vallen, stapt er uit en schopt het aan de kant. Met benen wijd open en je rok hoog opgeschort wacht je op de vierde vuurpijl. En ja hoor, daar komt hij! Hoger, nog hoger en nog hoger! De vuurpijl barst uiteen en zet het hele zwerk in een helwitte gloed. Enkele seconden lang kan hij je gleuf bekijken alsof een gloeilamp er op schijnt! Je schrikt van je eigen roekeloosheid en blijft, wanneer de vuurpijl is gedoofd, nog een tijdje roerloos staan met de ogen dicht. Je verbeelding slaat op hol; nu komt hij op je afgestapt en drukt zijn lippen tegen die van jou terwijl hij je borsten betast. Zijn harde lans klopt tegen je klitje en al snel zoekt zijn natte eikel tussen je al even natte lipjes naar de ingang tot je schede. Heel even nog en je zult geen maagd meer zijn…

In werkelijkheid is hij ter plekke blijven staan. Hij is net klaar gekomen en wrijft zijn slijmerige vingers schoon aan de rots en dan aan zijn zakdoek. Je laat je rok zakken, keert hem de rug toe en loopt half hinkend weg. Eens op de dijk werp je een vluchtige blik achter je. Hij volgt je niet, maar heeft je slipje opgeraapt dat je aan de voet van de rots achterliet. Je ziet nog net hoe je slipje in zijn broek verdwijnt, dicht tegen zijn penis aan die nog nat moet zijn van het cadeau dat je hem hebt gegeven.

Heer Halewijn